![]() |
Kruislingen als redding?Enkele weken terug bezocht ik in Groningen een open dag over driewegkruisingen. We waren mooi op tijd, dus liepen we even langs de koeien. In de stal was weinig te zien van het beloofde succes, op een bonte verzameling kruislingkalveren en wat vaarzen na.Wat me opviel, was dat er veel koeien erg slecht liepen. Ze hadden duidelijk last van de klauwen. Ik kijk dan al snel even naar het type klauw, zoals de klauwhoek, de klauwverdeling en de koten, en naar de draaiers. Want je zou denken dat er sprake was van een fokkerijprobleem. Waar kruis je anders een ander ras voor in? Maar met de klauwen was niet veel mis. Wel met het voer: te slap en te kort ruwvoer met een slechte structuur. Dat verklaart veel. Met een ander ras wordt dat er juist niet beter op. Even later hield de gastheer een verhaaltje over zijn bedrijf en waarom hij met driewegkruisingen was begonnen. Iemand vroeg hem wat het voor de duurzaamheid van de veestapel zou betekenen. Het antwoord was dat de methode van de driewegkruising sneller tot succes zou leiden dan ‘de methode van Van Laarhoven’. We hadden met ons werk in het noorden kennelijk meer indruk gemaakt dan ik kon vermoeden. Iemand vroeg mij: „Waarom ben je eigenlijk tegen het gebruik van andere rassen?”. Waarop ik vroeg waar hij dat vandaan had? „Nou ja, omdat je zo vaak zegt dat het niet nodig is.” Dat vroeg dus om enige uitleg. Je neemt een maatregel als je denkt dat je daar beter van wordt. Dus als je denkt een probleem bij je koeien te hebben met een genetische achtergrond en waarvoor geen stier binnen het ras beschikbaar is, dan kun je het zoeken bij een ander ras. Driewegkruisingen zijn alleen maar bedoeld om van meerdere rassen de beste eigenschappen in je vee te krijgen, en dus ook om de melk eronder te houden. Dus als je slecht ruwvoer aan het voerhek brengt en je denkt dat op te lossen met een ander ras, dan zit je er goed naast. Dat hebben we ook gezien met Montbéliardes op maïsbedrijven waar de koeien niet geweid worden. Die worden veel te makkelijk vet. Ik moet er toch niet aan denken dat we opnieuw fouten in het management gaan corrigeren met de fokkerij. Het gebruik van andere rassen kan een prima alternatief zijn als het problemen helpt oplossen. Zoals een van de deelnemers uit de werkgroepen na een paar jaar eens zei: „Ik heb nooit geweten dat we met ons management zover achterliepen op de fokkerij. Met onze koeien is niet zo veel mis – wel met onze managementkeuzes”. Inkruisen brengt dan niet de redding. Willem van Laarhoven Columnist Melkvee Magazine
|
Reacties
Aantal: 2