
Vergelijk AMS met 2 x 6 visgraatHet Beierse onderzoeksinstituut LFL waaraan dr. Jan Harms verbonden is, maakte een bedrijfseconomisch vergelijk tussen de kosten van een 2 x 6 visgraat melkstal en een AMS. Dit gebeurde op basis van resultaten op het eigen proefbedrijf. De totale veestapel op het München Grub onderzoeksbedrijf beslaat meer dan vierhonderd koeien. Een deel van deze veestapel, ongeveer 120 stuks, is ondergebracht in een aparte stal. Deels worden deze koeien gemolken in een 2 x 6 visgraat, een ander deel in een VMS van DeLaval. Harms en collega dr. Gerhard Dorfner becijferden in 2009 hogere vaste kosten per liter melk voor een AMS, die variëren van 1,5 tot 2,2 cent. De prijs van 135.000 euro die in dit vergelijk wordt gehanteerd voor een AMS, is volgens Harms nog steeds actueel. „Je kunt ze hier krijgen voor 110.000 per unit tot en met 150.000 euro. Dat hangt er onder meer vanaf hoe graag het merk wil verkopen en welke kosten voor installatie ze berekenen.” Hieronder de resultaten van het onderzoek (in het Duits).
|
|
Tijdens het ‘MI one robot event’ van GEA (voorheen WestfaliaSurge), begin februari op het hoofdkantoor in Dortmund, sprak dr. Jan Harms. Hij is als onderzoeksleider automatisch melken verbonden aan het Beierse overheidsonderzoek voor agrarische techniek en dierhouderij te München-Grub.
Financieel moeilijke tijdenKansen en bedreigingen die het automatisch melken biedt? Harms onderscheidt tien factoren die daarbij aandacht verdienen: dier-monitoring, sensortechniek, management, uiergezondheid, melkkwaliteit, stalinrichting, werkorganisatie, veevoeding, wettelijke kaders en economie. „Ik noem in de eerste plaats het hoge investeringsniveau dat vereist is. In financieel moeilijke tijden is het niet mogelijk om door extra te gaan melken het kasstroomtekort aan te vullen. Het rendement is ook zeer afhankelijk van de mate waarin de robot wordt benut.” Voordelen? „Je hebt minder arbeid nodig die flexibeler is in te delen, de investeringen in het melkstalgebouw zijn lager en de melkrobot reduceert de fysieke belasting. Het vak wordt lichamelijk minder zwaar belastend. Ook zie ik het als een voordeel dat je modulair kunt uitbreiden, bestaande stallen kunnen langer worden benut.“
Voeren vraagt meer aandachtDankzij het automatisch melken neemt de arbeidsbehoefte af, maar die is moeilijker te plannen door alarmmeldingen. Tijdsmanagement gaat meer aandacht vragen en het personeel dat nog nodig is moet hoger en anders opgeleid zijn, aldus Harms. „Ook word je afhankelijker van techniek en zijn de gevolgen groot als je te laat fouten ontdekt en beslissingen neemt.” Verder constateert hij dat het voerrantsoen ook meer aandacht vraagt als je automatisch gaat melken. De manier van voeren heeft veel effect op de capaciteit van de melkrobot. „Daar staat tegenover dat het gebruik van sensoren eenvoudiger inzetbaar is. Soms nemen die sensoren problemen eerder en sneller waar dan het menselijk oog van de vakman.” Meer dan twee keer per dag kunnen melken is ook een voordeel. Qua melkkwaliteit en uiergezondheid biedt de melkrobot veel kansen omdat je op kwartierniveau kunt gaan melken en actie ondernemen. Ook reinigen en tussentijdse desinfectie biedt kansen en de robot levert veel meer informatie op individueel dierniveau over uiergezondheid, aldus Harms.
3D-cameramogelijkheden„Ik verwacht veel van nieuwe sensoren die ontwikkeld zullen gaan worden.” Met de inzet van sensoren bij het automatisch melken is nog veel winst te behalen, voorspelt Harms. Bijvoorbeeld sensoren die de stofwisseling en de vruchtbaarheid volgen en de plaats waar het dier zich in de stal bevindt. „Zelf doen we op ons onderzoeksinstituut ervaring op met de 3D-camera die de lichaamsconditie scoort. Ik verwacht dat deze 3D-camera voor het automatisch scoren van de lichaamsconditie over een paar jaar praktijkrijp is. De 3D waarneming is veel nauwkeuriger, want minder afhankelijk van de altijd subjectieve menselijke waarneming. Maar we moeten nog beter in beeld krijgen wat we precies meten: lichaamsvet of spieren en bij welke delen van de koe deze soorten lichaamsconditie een rol van betekenis spelen.”
Tegenstelling verdwijntIn de toekomst wordt de keus tussen automatisch en conventioneel melken minder radicaal. Het is niet meer ‘of-of’, aldus Harms. „De afweging wordt hoe je welke vorm van automatisering inzet en welke sensoren je waar gebruikt. Het hangt ervan af hoe je de arbeidsbehoefte en investeringsbehoefte inschat en welke bedragen daarmee gemoeid zijn. Daarom kun je ook niet stellen dat bij honderden koeien een automatisch melksysteem bij voorbaat kansloos is vergeleken met een draaimelkstal.” Het melken zelf hoeft ook niet per se geautomatiseerd te worden, dippen automatiseren kan ook, of de voermechanisatie. Ook deze en andere automatiseringsvormen maken gebruik van sensoren waarin ontwikkeling plaatsheeft. „De uitdaging voor de melkveehouder is zijn kennisniveau op het gebied van automatisering te verhogen en winst te boeken met verbeterde arbeidsorganisatie en technische vooruitgang. De fabrikanten moeten aan de slag om de procesautomatisering en verwerking van de data verder te verbeteren en het digitale netwerk met serviceverleners zoals monteurs maar ook externe adviseurs uit te breiden, waaronder de dierenarts.”
|
|
Reacties
Aantal: 0