
Video koeien analyserenDe Amerikaanse aAa-analist en schrijver Phil Hasheider publiceerde onlangs zijn boek Creating Balance Between Form & Function. Aan de publicatie gingen zes jaar voorbereiding en maar liefst 250 interviews vooraf. Hasheider beschrijft het leven van Bill Weeks, de man die het aAa-systeem bedacht. Zestig jaar nadat Weeks de eerste koe analyseerde, is het systeem populairder dan ooit. De Nederlandse aAa-analist Jan Schilder legt aan de hand van levende koeien uit hoe aAa in de praktijk werkt. Bekijk hieronder de video. |
![]() |
|
Al op jonge leeftijd was William Amherst Weeks geïnteresseerd in de fokkerij. Zo kocht Bill, dat was zijn roepnaam, al op 15-jarige leeftijd zijn eerste stier aan voor de dekdienst op het melkveebedrijf van zijn vader. Weeks had de stier Carnation Inka Homestead (zie kader op pagina 43) in een reclamefolder gezien en liet hem in 1932 vanuit de staat Washington in het noordwesten van Amerika helemaal naar de staat Vermont in het noordoosten overkomen.
Zuid-AfrikaTwee jaar later besloot Weeks op avontuur te gaan. Hij reisde af naar de nationale fokveeshow in het binnenland van het immens grote Amerika, waar hij met mensen van het Carnation-fokbedrijf in aanraking kwam. Door de aankoop van de stier Homestead eerder, was het contact snel gelegd en zo kwam het dat Weeks vanaf de show doorreisde naar Carnation in de staat Washington. De jonge Weeks kon er aan het werk en kwam zo in aanraking met de toenmalige topkoeien van het ras, die ook toen al meer dan 15.000 kg melk per jaar produceerden.
Rond en scherpOp jonge leeftijd had Weeks al veel van de wereld gezien en door zijn werkzaamheden bij Carnation had hij veel contacten in de fokkerijwereld. Kort na zijn thuiskomst werkte hij enige tijd bij Backus Pedigree Company, waar hij veel leerde over afstamming, bloedlijnen en fokbedrijven. Volgens ingewijden had Weeks een fotografisch geheugen en dat in combinatie met zijn ervaringen, was van grote invloed op Weeks’ latere werk als inspecteur en ontwikkelaar van het aAa-systeem.
StrontkarDe meeste veehouders pasten destijds lijnenteelt en inteelt toe om zo een uniforme veestapel te krijgen. Weeks verkreeg juist uniformiteit door het paren van ongelijke ouders. Een idee dat ontstond bij de inzet van Deysher en dat de basis zou vormen voor het aAa-systeem. Na Deysher kwam de ‘smooth’ (tegenwoordig code 5) Fanyan Segis Pontiac Pride op het bedrijf, en hij werd opgevolgd door de sterke en stijlvolle (codes 4 en 6) Hurlwood Clipper. Door de resultaten die deze stieren achtereenvolgens brachten, kregen de ideeën van Weeks vorm.
BedrijfsinspectieDe beste manier om veel koeien te kunnen bekijken, was inspecteur worden, temeer omdat Weeks er dan ook voor betaald zou worden. Bedrijfsinspectie stond echter nog in de kinderschoenen en was een voorname bezigheid. De gemiddelde leeftijd van de andere negen inspecteurs was 63 jaar, terwijl Weeks pas 29 was. Dat hij toch de kans kreeg, was omdat zijn roem hem klaarblijkelijk vooruitgesneld was. Al snel werd duidelijk dat Weeks meer zag dan de andere inspecteurs en dat hij exact kon uitleggen hoe een koe functioneerde. Dit tot grote tevredenheid van de veehouders. Hij adviseerde ook stieren bij de koeien, ongeacht waar ze vandaan kwamen.
Meer dan exterieurWeeks’ ervaring als inspecteur was dat veehouders graag wilden weten hoe ze betere koeien konden krijgen en hij wilde ze daarbij graag helpen, aldus zijn echtgenote Doris Weeks. „Hij had overigens niets tegen bedrijfsinspectie. Hij was zelf inspecteur geweest en liet andere inspecteurs zijn veestapel beoordelen. Bedrijfsinspectie was een manier om de vooruitgang te meten, maar niet de enige manier. Bill vond zaken als hoe lang de koeien op de bedrijven bleven, of ze vaak gezondheidsproblemen hadden en of ze elk jaar een kalf kregen, ook belangrijk. Dat soort dingen kregen in de jaren ’40 en ’50 nog niet veel aandacht, maar waren wel van grote invloed op het inkomen van de veehouder.”
Stieren analyserenEen koe moest volgens Weeks niet worden gecombineerd met een stier die dezelfde zwakheden heeft als de koe. Het was daarom zaak koeien niet te paren met stieren, waarvan dezelfde kwaliteiten waren doorgekrast. Weeks wist namelijk ook stieren te analyseren. Aanvankelijk bekeek hij vijf of meer dochters, of bij jonge stieren naar de moeder en minimaal vijf halfzussen. Door naast dochters ook de moeders van deze dochters te analyseren, kon Weeks afleiden welke bijdrage van de stier moest zijn gekomen. Weeks ontdekte dat stieren niets anders waren dan een mannelijke vorm van dezelfde door hem gedefinieerde kwaliteiten, als bij de koeien aanwezig dienden te zijn.
Dairy strengthBinnen twee jaar had Weeks 6.743 werkbladen verzameld, waarmee hij de eerste was die een beeld kreeg van de sterktes en zwaktes van het Holstein-ras. Ook kon hij zo constateren hoe de bouw van de koe haar functioneren en prestaties beïnvloedde. Een goed type behelst volgens Weeks de kwaliteiten die een hoge melkproductie mogelijk maken, in combinatie met de kwaliteiten die een koe nodig heeft voor een lang en gezond leven. Aardig is dat Weeks daarmee zestig jaar geleden al de basis legde voor het huidige lineaire kenmerk ‘dairy strength’.
Drie lettersIn 1953 ontdekte Weeks dat hij de samenwerkende onderdelen kon samenvoegen tot de essentiële woorden ‘rond’ en ‘scherp’. Elk dier zal over het algemeen breed of smal, lang of kort, hoog of laag, grof of fijn, sterk of zwak, dik of dun en zwaar of licht zijn, in plaats van onnatuurlijke combinaties. Er is dus een relatie tussen lichaamsonderdelen en daarmee is een koe over het algemeen te omschrijven als rond of scherp, aldus Weeks. Hij vervatte de essentie van aAa in hetzelfde jaar ook in een aantal tekeningen, zoals op pagina 45 is te zien. Een opstapeling van scherpe kwaliteiten leidt tot zwakke koeien en een opstapeling van ronde kwaliteiten tot vleeskoeien. De combinatie van rond en scherp leidt tot uitgebalanceerde koeien.
PaclamarOp een gegeven moment ontdekte Weeks dat hij zijn ‘rond en scherp’-terminologie in zes beknopte omschrijvingen kon onderbrengen, de huidige codes 1 (melktype), 2 (hoog), 3 (open), 4 (sterk), 5 (breed) en 6 (stijl). De ‘scherpe’ codes 1, 2 en 3 verfijnen de lichaamsbouw om zo de gewenste hoeveelheid melk te kunnen vergroten, terwijl de ‘ronde’ codes 4, 5 en 6 voor meer massa zorgen, zodat de verfijning niet doorslaat en dieren kwetsbaar worden.
Pull of the breedOm nog nauwkeuriger te kunnen werken, plaatste Weeks ook wel twee cijfers achter de drieletterige code. Uiteindelijk besloot hij in 1975 de letters weg te laten en de kwaliteiten waar de koeien de grootste behoefte aan hadden op volgorde te zetten, precies zoals de aAa-analisten ook vandaag de dag nog doen. Bij de stieren werden vanaf dat moment ook de kwaliteiten op volgorde gezet, maar dan in de volgorde van de grootste bijdrage (in plaats van behoefte). Weeks heeft ook geprobeerd de ronde en scherpe kwaliteiten (de zes codes) te waarderen met cijfers - bijvoorbeeld hoeveel melktype (code 1) een koe had - maar stopte daarmee omdat er verkeerd mee werd omgegaan. Bovendien leek het te veel op inspectie en hij wilde niet dat veehouders met bedrijfsinspectie zouden stoppen.
Harborcrest Rose MillyBill Weeks heeft een enorme invloed op de hedendaagse fokkerij, bijvoorbeeld omdat hij betrokken was bij veel paringen die leidden tot de meest invloedrijke stieren van het ras. Bootmaker en Astronaut zijn al genoemd, de stieren die op het Paclamar-bedrijf van Dick Brooks werden geboren. Net als Weeks was Dick Brooks altijd op zoek naar ‘echte’ bronnen van kwaliteiten. Het was dan ook op advies van Bill Weeks dat Brooks de destijds twee jaar oude Harborcrest Rose Milly kocht; Brooks die op zoek was naar een bron van ‘hoog’ en ‘stijl’.
Osborndale IvanhoeBrooks had met Milly en Snowboots Wis Milky Way twee koeien op stal, die met hun uitmuntende score van 97 punten allebei het ‘true type’ benaderden. Brooks moet wel een enorm vertrouwen in Weeks hebben gehad, dat hij zijn topkoe Snowboots drachtig maakte van de jonge en onbekende stier Skyway Valla Vista Double (de paring die leidde tot Bootmaker). Naar verluidt wilde Brooks zijn topkoeien zelfs niet drachtig maken, voordat hij advies van Bill Weeks had ingewonnen.
WetenschapMerlin Carlson, de manager van het Arlinda-bedrijf van Wally Lindskoog (zie kader op pagina 47), kocht op advies van Bill Weeks de koe Pawnee Farm Glenvue Beauty op de veiling van het Pawnee Farm-bedrijf van Lester Fischler uit Nebraska. Beauty was toen drachtig van Pawnee Farm Arlinda Chief. Weeks analyseerde de Pawnee-veestapel al lang voordat Chief werd geboren en adviseerde Fischler ook zijn koe Beauty te paren met Pawnee Farm Reflection Admiral, de paring waaruit Chief werd geboren. |
![]() Bill Weeks aan het analyseren. ![]() De invloedrijke Sir Inka May is een kruising tussen Holstein en Ayrshire en zorgde daarmee voor de introductie van roodbonte genen in de Holstein-populatie. ![]() Carnation Inka Homestead was de zoon van Sir Inka May, die Bill Weeks in 1932 naar zijn ouderlijk bedrijf haalde. Herkomst roodbontPhil Hasheider vroeg Bill Weeks ooit wat hij dacht van de herkomst van de roodbonte kleurslag. Een kleurslag die lange tijd verboden was in de Holstein-fokkerij. „In de jaren ’30 hadden we thuis een aantal dochters van Carnation Inka Homestead, waarbij ik voelde dat er iets niet klopte”, aldus Weeks. Hij paste daarom bewust inteelt toe en liet vijf dochters van de stier door hun vader dekken, waarna hij de dieren voor het afkalven bij de buurman onderbracht. „Ik heb hem niet verteld wat ik vermoedde, maar zei dat als er vaarskalveren bij waren, hij ze niet moest onthoornen”, aldus Weeks. De vaarzen baarden vier roodbonte kalveren. „Hij liet de hoorns groeien en ze groeiden als Ayrshire-hoorns, recht omhoog.”Weeks had dit al verwacht omdat de moeder van Sir Inka May (Sir Inka May is de vader van Carnation Inka Homestead) een grote en grove koe was en alleen de combinatie met een ‘really smooth’ (code 5) stier voor een kleine en brede stier als Sir Inka May zou kunnen zorgen. „De Carnation-uiers waren in die tijd niet zo fraai en Sir Inka May verbeterde dat ineens fors, zoals alleen een ‘smooth’ stier zulke ‘scherpe’ uiers kon verbeteren. Ook zorgde hij voor een veel hoger vetpercentage. Dat moest ergens vandaan komen. Bovendien wist ik dat naast Minnesota Holstein Company, waar Sir Inka May is gefokt, een Ayrshire-veestapel werd gehouden.” Ayrshire-vee stond bekend als wat korter en breder dan Holsteins - die in die jaren grof waren gebouwd - en met een hoger vetpercentage in de melk. De buurman waar Weeks de Homestead-dochters onderbracht had een Ayrshire-veestapel, zo bleek achteraf. Dat Sir Inka May een belangrijke bron van de roodfactor vormde is zeer waarschijnlijk. De stier was populair en is onder meer terug te vinden in de stamboom van de latere invloedrijke roodfactor-stier ABC Reflection Sovereign. Toen Sovereign populair was, waren er inmiddels ook veel koeien met Sir Inka May in de stamboom, zodat de roodbonte haarkleur zo nu en dan tevoorschijn kwam. ![]() Quality Fobes Abbekerk Gay, de moeder van Osborndale Ivanhoe, werd in 1952 door aAa-analist Leo Blanding geanalyseerd. Het formulier toont een vroeg stadium van het aAa-systeem. ![]() In 1953 vervatte Bill Weeks zijn ideeën over rond en scherp in een aantal tekeningen. Een combinatie van scherp maal scherp leidt tot zwakke koeien en een combinatie van rond maal rond leidt tot vleeskoeien. De combinatie van rond maal scherp leidt tot uitgebalanceerde koeien. ![]() Quonquont Moneymaker Deysher was een scherpe stier die de beste nakomelingen gaf op Weeks’ minste koeien. Achteraf waren deze koeien rond en daarmee vormde Deysher de basis voor het aAa-systeem. ![]() Skyway Valla Vista Double is door Weeks zelf gefokt en is de vader van de beroemde Paclamar Bootmaker. ![]() Harborcrest Rose Milly kreeg een excellentscore van 97 punten en is de moeder van Paclamar Astronaut. ![]() Snowboots Wis Milky Way kreeg een excellentscore van 97 punten en is de moeder van Paclamar Bootmaker. ![]() Bill Weeks met zijn inmiddels eveneens overleden toenmalige manager Ed Hubbell tijdens de World Dairy Expo in 1990. |
Reacties
Aantal: 10