Te rond om te melken of te scherp om te leven

Met aAa voortdurend op zoek naar mix van kwaliteiten

In het boek Creating Balance Between Form & Function beschrijft de Amerikaanse aAa-analist en schrijver Phil Hasheider de ontstaansgeschiedenis van het aAa-systeem. Bedenker Bill Weeks (1917 - 1994) was met zijn ideeën zijn tijd ver vooruit. De onderzoekswereld had nog geen notie van zaken als gezondheid en levensduur en bedrijfsinspecteurs konden boeren niet aan betere nakomelingen helpen.
 

Reageer op dit artikel

Reactie(s) bekijken »
*
*
Uw e-mailadres wordt niet op de website afgebeeld.
*
Beveiligings-code
Wanneer u de CAPTCHA beveiligings-code niet kunt lezen, klik dan op de afbeelding om een nieuwe willekeurige code te produceren.

Code *
    * Verplicht invullen
   
    Wilt u een reactie plaatsen op deze website? Lees dan eerst de regels door.
Tekst: Anne Hiemstra • Beeld: Phil Hasheider

Video koeien analyseren

De Amerikaanse aAa-analist en schrijver Phil Hasheider publiceerde onlangs zijn boek Creating Balance Between Form & Function. Aan de publicatie gingen zes jaar voorbereiding en maar liefst 250 interviews vooraf. Hasheider beschrijft het leven van Bill Weeks, de man die het aAa-systeem bedacht. Zestig jaar nadat Weeks de eerste koe analyseerde, is het systeem populairder dan ooit. De Nederlandse aAa-analist Jan Schilder legt aan de hand van levende koeien uit hoe aAa in de praktijk werkt. Bekijk hieronder de video.

Get Flash to see this player.

  Creating balance between form & function

Al op jonge leeftijd was William Amherst Weeks geïnteresseerd in de fokkerij. Zo kocht Bill, dat was zijn roepnaam, al op 15-jarige leeftijd zijn eerste stier aan voor de dekdienst op het melkveebedrijf van zijn vader. Weeks had de stier Carnation Inka Homestead (zie kader op pagina 43) in een reclamefolder gezien en liet hem in 1932 vanuit de staat Washington in het noordwesten van Amerika helemaal naar de staat Vermont in het noordoosten overkomen.

 

Zuid-Afrika

Twee jaar later besloot Weeks op avontuur te gaan. Hij reisde af naar de nationale fokveeshow in het binnenland van het immens grote Amerika, waar hij met mensen van het Carnation-fokbedrijf in aanraking kwam. Door de aankoop van de stier Homestead eerder, was het contact snel gelegd en zo kwam het dat Weeks vanaf de show doorreisde naar Carnation in de staat Washington. De jonge Weeks kon er aan het werk en kwam zo in aanraking met de toenmalige topkoeien van het ras, die ook toen al meer dan 15.000 kg melk per jaar produceerden.
Bill Weeks viel op door zijn veekennis en al snel was het vertrouwen in hem dusdanig groot dat de bedrijfsleider hem vroeg een transport te begeleiden. Een Zuid-Afrikaan had namelijk 23 Carnation-koeien gekocht en deze dieren moesten verscheept worden. De pas 17-jarige Weeks werd de enige veeverzorger op het schip en hij presteerde het om alle dieren, inclusief de op het schip geboren kalveren, gezond en wel in Zuid-Afrika te krijgen. Weeks raakte op het maar liefst 137 koeien tellende Afrikaanse bedrijf als manager aan de slag en wist de productie te verdubbelen. Omdat de financiële mogelijkheden er echter beperkt bleken, ging hij een jaar later toch terug naar Amerika.

 

Rond en scherp

Op jonge leeftijd had Weeks al veel van de wereld gezien en door zijn werkzaamheden bij Carnation had hij veel contacten in de fokkerijwereld. Kort na zijn thuiskomst werkte hij enige tijd bij Backus Pedigree Company, waar hij veel leerde over afstamming, bloedlijnen en fokbedrijven. Volgens ingewijden had Weeks een fotografisch geheugen en dat in combinatie met zijn ervaringen, was van grote invloed op Weeks’ latere werk als inspecteur en ontwikkelaar van het aAa-systeem.
Ondertussen had Bill Weeks samen met zijn vader een melkveebedrijf met twintig koeplaatsen en dus ook twintig koeien (zie kader op pagina 47). Aanvankelijk kocht Weeks stieren vooral uit de regio, die na enkele jaren dekdienst werden vervangen door een andere. Zo werd Quonquont Moneymaker Deysher de opvolger van Carnation Inka Homestead. Weeks had van roodfactor-stier Homestead vrijwel alle nakomelingen verkocht en nieuwe koeien teruggekocht. De vier slechtste bleken uiteindelijk de basis te vormen van zijn veestapel, omdat ze erg rond waren en allemaal gepaard werden met de scherpe Deysher.

 

Strontkar

De meeste veehouders pasten destijds lijnenteelt en inteelt toe om zo een uniforme veestapel te krijgen. Weeks verkreeg juist uniformiteit door het paren van ongelijke ouders. Een idee dat ontstond bij de inzet van Deysher en dat de basis zou vormen voor het aAa-systeem. Na Deysher kwam de ‘smooth’ (tegenwoordig code 5) Fanyan Segis Pontiac Pride op het bedrijf, en hij werd opgevolgd door de sterke en stijlvolle (codes 4 en 6) Hurlwood Clipper. Door de resultaten die deze stieren achtereenvolgens brachten, kregen de ideeën van Weeks vorm.
Zittend op de strontkar besefte Weeks ineens waarom sommige combinaties wel en andere niet werkten. Als hij een stier gebruikte op zijn veestapel, kreeg hij enkele goede nakomelingen, enkele middenmoters en enkele matige. Als hij een totaal andere stier gebruikte, gebeurde het omgekeerde. Hij kreeg juist de goede nakomelingen uit de koeien, die met de andere stier slecht combineerden en andersom. Weeks had zijn latere aAa-systeem dan ook al in 1943 uitgedacht. Hij wilde het enkel nog bevestigd zien, door grote aantallen koeien te gaan bekijken.  

 

Bedrijfsinspectie

De beste manier om veel koeien te kunnen bekijken, was inspecteur worden, temeer omdat Weeks er dan ook voor betaald zou worden. Bedrijfsinspectie stond echter nog in de kinderschoenen en was een voorname bezigheid. De gemiddelde leeftijd van de andere negen inspecteurs was 63 jaar, terwijl Weeks pas 29 was. Dat hij toch de kans kreeg, was omdat zijn roem hem klaarblijkelijk vooruitgesneld was. Al snel werd duidelijk dat Weeks meer zag dan de andere inspecteurs en dat hij exact kon uitleggen hoe een koe functioneerde. Dit tot grote tevredenheid van de veehouders. Hij adviseerde ook stieren bij de koeien, ongeacht waar ze vandaan kwamen.
Weeks had bij zijn advies geen commercieel belang, hij wilde slechts boeren helpen betere koeien te fokken. Bij de KI-stations leverde het echter problemen op. Ook het feit dat Weeks meer zag dan zijn collega’s, frustreerde hen. Zijn meerderen dreigden zelfs met ontslag, als hij niet zou stoppen met zaken te verkondigen die hij volgens hen alleen zelf zag. Uiteindelijk stopte Weeks als inspecteur omdat hij de boeren in zijn ogen niet kon helpen. „Ik vertel ze wat ze hebben, maar ik mag ze niet vertellen wat ze er mee moeten doen of hoe ze betere dieren kunnen fokken.”

 

Meer dan exterieur

Weeks’ ervaring als inspecteur was dat veehouders graag wilden weten hoe ze betere koeien konden krijgen en hij wilde ze daarbij graag helpen, aldus zijn echtgenote Doris Weeks. „Hij had overigens niets tegen bedrijfsinspectie. Hij was zelf inspecteur geweest en liet andere inspecteurs zijn veestapel beoordelen. Bedrijfsinspectie was een manier om de vooruitgang te meten, maar niet de enige manier. Bill vond zaken als hoe lang de koeien op de bedrijven bleven, of ze vaak gezondheidsproblemen hadden en of ze elk jaar een kalf kregen, ook belangrijk. Dat soort dingen kregen in de jaren ’40 en ’50 nog niet veel aandacht, maar waren wel van grote invloed op het inkomen van de veehouder.”
Om die reden ging Weeks met zijn aAa-programma de boer op. aAa (animal Analysis associates) bestudeert de fysieke onderdelen van een dier en hun relatie tot elkaar. Het concept moest van meet af aan kloppen, want nadat Weeks er eenmaal mee naar buiten was gekomen, zou hij het nooit meer terug kunnen nemen om het te veranderen. Naar verluidt had Weeks een uitstekende taalbeheersing, waarmee hij de bestaande bedrijfsinspectieformulieren omvormde naar aAa-werkbladen. Op de werkbladen had hij de kwaliteiten voor productie, gezondheid en exterieur beschreven, waarbij de kwaliteiten die koeien niet bezaten, werden doorgekrast. Elders op deze pagina is het formulier van Quality Fobes Abbekerk Gay te zien, de moeder van Osborndale Ivanhoe. De analyse is in 1952 uitgevoerd door Leo Blanding, een van de eerste aAa-analisten.

 

Stieren analyseren

Een koe moest volgens Weeks niet worden gecombineerd met een stier die dezelfde zwakheden heeft als de koe. Het was daarom zaak koeien niet te paren met stieren, waarvan dezelfde kwaliteiten waren doorgekrast. Weeks wist namelijk ook stieren te analyseren. Aanvankelijk bekeek hij vijf of meer dochters, of bij jonge stieren naar de moeder en minimaal vijf halfzussen. Door naast dochters ook de moeders van deze dochters te analyseren, kon Weeks afleiden welke bijdrage van de stier moest zijn gekomen. Weeks ontdekte dat stieren niets anders waren dan een mannelijke vorm van dezelfde door hem gedefinieerde kwaliteiten, als bij de koeien aanwezig dienden te zijn.
Weeks bewaarde al zijn werkbladen, evenals de werkbladen die hij kreeg opgestuurd van zijn eerste twee analisten Leo Blanding en Keith Watkin en kon veehouders zo vertellen waar ze een stier konden vinden die ze nodig hadden. Zo zorgde Weeks ervoor dat er al vóór het KI-tijdperk aanbrak, Holstein-genetica over grote afstanden werden getransporteerd.

 

Dairy strength

Binnen twee jaar had Weeks 6.743 werkbladen verzameld, waarmee hij de eerste was die een beeld kreeg van de sterktes en zwaktes van het Holstein-ras. Ook kon hij zo constateren hoe de bouw van de koe haar functioneren en prestaties beïnvloedde. Een goed type behelst volgens Weeks de kwaliteiten die een hoge melkproductie mogelijk maken, in combinatie met de kwaliteiten die een koe nodig heeft voor een lang en gezond leven. Aardig is dat Weeks daarmee zestig jaar geleden al de basis legde voor het huidige lineaire kenmerk ‘dairy strength’.
Nadat Weeks zag dat verschillende onderdelen op de werkbladen samenwerkten, voegde hij onderdelen samen en maakte hij de analysekaart kleiner. Voortaan werden ontbrekende kwaliteiten niet langer doorgekrast maar uitgeponst. Op zo’n plek ontstond er dus een gat in het werkblad. Door hetzelfde te doen bij stieren en vervolgens de werkbladen op elkaar te leggen, konden veehouders zien of een paring goed was. Bij een goede paring waren er geen gaten meer zichtbaar.

 

Drie letters

In 1953 ontdekte Weeks dat hij de samenwerkende onderdelen kon samenvoegen tot de essentiële woorden ‘rond’ en ‘scherp’. Elk dier zal over het algemeen breed of smal, lang of kort, hoog of laag, grof of fijn, sterk of zwak, dik of dun en zwaar of licht zijn, in plaats van onnatuurlijke combinaties. Er is dus een relatie tussen lichaamsonderdelen en daarmee is een koe over het algemeen te omschrijven als rond of scherp, aldus Weeks. Hij vervatte de essentie van aAa in hetzelfde jaar ook in een aantal tekeningen, zoals op pagina 45 is te zien. Een opstapeling van scherpe kwaliteiten leidt tot zwakke koeien en een opstapeling van ronde kwaliteiten tot vleeskoeien. De combinatie van rond en scherp leidt tot uitgebalanceerde koeien.
Weeks ontdekte dat hij zijn werkblad verder kon vereenvoudigen tot de onderdelen vooreind, uier en achtereind. Het vooreind van een koe omschreef Weeks als het voorste deel van de koe tot aan de heupen, waar de capaciteit van de ribbenkast grotendeels de melkproductie bepaalt. Bij de uier bepaalt de textuur de uiergezondheid en het achtereind is waar de breedte en de botstructuur het afkalfgemak en de vruchtbaarheid bepalen, evenals het achterwege blijven van been- en klauwproblemen. Het vooreind, de uier en het achtereind konden volgens Weeks overwegend rond of scherp zijn. Een koe kon bijvoorbeeld SSR geanalyseerd zijn, wat betekent dat ze een scherp vooreind, een scherpe uier en een rond achtereind had. Ze kon het beste gepaard worden met een RRS-stier.

 

Paclamar

Op een gegeven moment ontdekte Weeks dat hij zijn ‘rond en scherp’-terminologie in zes beknopte omschrijvingen kon onderbrengen, de huidige codes 1 (melktype), 2 (hoog), 3 (open), 4 (sterk), 5 (breed) en 6 (stijl). De ‘scherpe’ codes 1, 2 en 3 verfijnen de lichaamsbouw om zo de gewenste hoeveelheid melk te kunnen vergroten, terwijl de ‘ronde’ codes 4, 5 en 6 voor meer massa zorgen, zodat de verfijning niet doorslaat en dieren kwetsbaar worden.
Aanvankelijk werd een koe met drie letters geanalyseerd, in combinatie met een cijfer voor welke kwaliteit ze het meest nodig had. Zo was Snowboots Wis Milky Way (EX-97) SRS-4 geanalyseerd. Ze had dus een scherp vooreind, een ronde uier en een scherp achtereind, met de grootste behoefte aan ‘sterk’. Weeks vond de door hem zelf gefokte jonge stier Skyway Valla Vista Double een geschikte partner met zijn code RRR-4. De paring leidde tot de beroemde stier Paclamar Bootmaker. Harborcrest Rose Milly (EX-97) was RSR-5 geanalyseerd. De paring met Thonyma Ormsby Senator (SRR-5) leidde tot de eveneens beroemde stier Paclamar Astronaut.

 

Pull of the breed

Om nog nauwkeuriger te kunnen werken, plaatste Weeks ook wel twee cijfers achter de drieletterige code. Uiteindelijk besloot hij in 1975 de letters weg te laten en de kwaliteiten waar de koeien de grootste behoefte aan hadden op volgorde te zetten, precies zoals de aAa-analisten ook vandaag de dag nog doen. Bij de stieren werden vanaf dat moment ook de kwaliteiten op volgorde gezet, maar dan in de volgorde van de grootste bijdrage (in plaats van behoefte). Weeks heeft ook geprobeerd de ronde en scherpe kwaliteiten (de zes codes) te waarderen met cijfers - bijvoorbeeld hoeveel melktype (code 1) een koe had - maar stopte daarmee omdat er verkeerd mee werd omgegaan. Bovendien leek het te veel op inspectie en hij wilde niet dat veehouders met bedrijfsinspectie zouden stoppen.
Weeks ondervond dat de ronde kwaliteiten in de Holstein-populatie minder vertegenwoordigd waren dan de scherpe kwaliteiten. Doordat fokkers eenzijdig op melkproductie hebben gefokt, is het Holstein-ras meer naar de scherpe kant doorgeslagen. Het is moeilijker om ronde stieren te vinden, dan scherpe en het gevolg is dat de koeien kwetsbaarder zijn geworden. Weeks noemde dit de ‘pull of the breed’.

 

Harborcrest Rose Milly

Bill Weeks heeft een enorme invloed op de hedendaagse fokkerij, bijvoorbeeld omdat hij betrokken was bij veel paringen die leidden tot de meest invloedrijke stieren van het ras. Bootmaker en Astronaut zijn al genoemd, de stieren die op het Paclamar-bedrijf van Dick Brooks werden geboren. Net als Weeks was Dick Brooks altijd op zoek naar ‘echte’ bronnen van kwaliteiten. Het was dan ook op advies van Bill Weeks dat Brooks de destijds twee jaar oude Harborcrest Rose Milly kocht; Brooks die op zoek was naar een bron van ‘hoog’ en ‘stijl’.
Milly was afkomstig van het bedrijf van John Snoddy, waar Weeks de koeien analyseerde. Snoddy had eerder de stier Rainbow Sir Rose op stal, welke al enige tijd bij de KI was, toen Snoddy de koe Supreme Fay Marilyn kocht. Weeks analyseerde Marilyn als (SSS) en adviseerde Snoddy de koe te insemineren met de RRR-geanalyseerde Rainbow Sir Rose. Hoewel Snoddy de stier al jaren niet meer had gebruikt, besloot hij hem eenmalig opnieuw in te zetten. Een combinatie die leidde tot Harborcrest Rose Milly (EX-97).

 

Osborndale Ivanhoe

Brooks had met Milly en Snowboots Wis Milky Way twee koeien op stal, die met hun uitmuntende score van 97 punten allebei het ‘true type’ benaderden. Brooks moet wel een enorm vertrouwen in Weeks hebben gehad, dat hij zijn topkoe Snowboots drachtig maakte van de jonge en onbekende stier Skyway Valla Vista Double (de paring die leidde tot Bootmaker). Naar verluidt wilde Brooks zijn topkoeien zelfs niet drachtig maken, voordat hij advies van Bill Weeks had ingewonnen.
Een andere ‘grondlegger van het ras’ is Osborndale Ivanhoe. Weeks adviseerde Frances Kellogg, de eigenaresse van de Osborndale-stal, haar topkoe Quality Fobes Abbekerk Gay met Osborndale Ty Vic te paren. Omdat de bedrijfsleider een andere stier in gedachten had en ze het niet vertrouwde, wilde ze erbij zijn op het moment dat Gay werd gedekt door Ty Vic. De stier Ivanhoe was het resultaat. Ivanhoe-zoon Fleetridge Monitor, de vader van de Nederlandse hofleverancier van honderdtonners Tops Monitor Legend (Monitor x Astronaut), was het gevolg van een vierde generatie aAa-paring.

 

Wetenschap

Merlin Carlson, de manager van het Arlinda-bedrijf van Wally Lindskoog (zie kader op pagina 47), kocht op advies van Bill Weeks de koe Pawnee Farm Glenvue Beauty op de veiling van het Pawnee Farm-bedrijf van Lester Fischler uit Nebraska. Beauty was toen drachtig van Pawnee Farm Arlinda Chief. Weeks analyseerde de Pawnee-veestapel al lang voordat Chief werd geboren en adviseerde Fischler ook zijn koe Beauty te paren met Pawnee Farm Reflection Admiral, de paring waaruit Chief werd geboren.
De lijst met stamvaders die zijn geboren op bedrijven waar werd geanalyseerd, is met stieren als bijvoorbeeld Fond Matt, Elevation, Bell, Chief Mark, Cleitus en Leadman nog veel groter. Ook het aantal topkoeien dat is voortgebracht met behulp van aAa is enorm. Het lijdt dan ook geen twijfel dat niemand zo’n grote invloed op de melkveefokkerij heeft gehad als Bill Weeks. Zijn eigen bescheidenheid stond een wereldwijde bekendheid echter in de weg. En hoewel het boek wetenschappelijk bewijs voor de werking van aAa aandraagt, is het systeem in wetenschappelijke kringen nog altijd niet breed geaccepteerd. Wellicht heeft dat ook te maken met de bekendheid. Of zoals Weeks het zelf verwoordde: „Many want to know, but few want to learn (velen willen weten, maar slechts weinigen willen leren).”

  Bill weeks aan het analyseren
Bill Weeks aan het analyseren.

Sir Inka May
De invloedrijke Sir Inka May is een kruising tussen Holstein en Ayrshire en zorgde daarmee voor de introductie van roodbonte genen in de Holstein-populatie.

Carnation Inka Homestead
Carnation Inka Homestead was de zoon van Sir Inka May, die Bill Weeks in 1932 naar zijn ouderlijk bedrijf haalde.

 
Herkomst roodbont
Phil Hasheider vroeg Bill Weeks ooit wat hij dacht van de herkomst van de roodbonte kleurslag. Een kleurslag die lange tijd verboden was in de Holstein-fokkerij. „In de jaren ’30 hadden we thuis een aantal dochters van Carnation Inka Homestead, waarbij ik voelde dat er iets niet klopte”, aldus Weeks. Hij paste daarom bewust inteelt toe en liet vijf dochters van de stier door hun vader dekken, waarna hij de dieren voor het afkalven bij de buurman onderbracht. „Ik heb hem niet verteld wat ik vermoedde, maar zei dat als er vaarskalveren bij waren, hij ze niet moest onthoornen”, aldus Weeks. De vaarzen baarden vier roodbonte kalveren. „Hij liet de hoorns groeien en ze groeiden als Ayrshire-hoorns, recht omhoog.”
Weeks had dit al verwacht omdat de moeder van Sir Inka May (Sir Inka May is de vader van Carnation Inka Homestead) een grote en grove koe was en alleen de combinatie met een ‘really smooth’ (code 5) stier voor een kleine en brede stier als Sir Inka May zou kunnen zorgen. „De Carnation-uiers waren in die tijd niet zo fraai en Sir Inka May verbeterde dat ineens fors, zoals alleen een ‘smooth’ stier zulke ‘scherpe’ uiers kon verbeteren. Ook zorgde hij voor een veel hoger vetpercentage. Dat moest ergens vandaan komen. Bovendien wist ik dat naast Minnesota Holstein Company, waar Sir Inka May is gefokt, een Ayrshire-veestapel werd gehouden.”
Ayrshire-vee stond bekend als wat korter en breder dan Holsteins - die in die jaren grof waren gebouwd - en met een hoger vetpercentage in de melk. De buurman waar Weeks de Homestead-dochters onderbracht had een Ayrshire-veestapel, zo bleek achteraf. Dat Sir Inka May een belangrijke bron van de roodfactor vormde is zeer waarschijnlijk. De stier was populair en is onder meer terug te vinden in de stamboom van de latere invloedrijke roodfactor-stier ABC Reflection Sovereign. Toen Sovereign populair was, waren er inmiddels ook veel koeien met Sir Inka May in de stamboom, zodat de roodbonte haarkleur zo nu en dan tevoorschijn kwam.

Score Card Gay
Quality Fobes Abbekerk Gay, de moeder van Osborndale Ivanhoe, werd in 1952 door aAa-analist Leo Blanding geanalyseerd. Het formulier toont een vroeg stadium van het aAa-systeem.

Round Sharp Analysis Card
In 1953 vervatte Bill Weeks zijn ideeën over rond en scherp in een aantal tekeningen. Een combinatie van scherp maal scherp leidt tot zwakke koeien en een combinatie van rond maal rond leidt tot vleeskoeien. De combinatie van rond maal scherp leidt tot uitgebalanceerde koeien.

Quonquont Moneymaker Deysher
Quonquont Moneymaker Deysher was een scherpe stier die de beste nakomelingen gaf op Weeks’ minste koeien. Achteraf waren deze koeien rond en daarmee vormde Deysher de basis voor het aAa-systeem.

Skyway Valla Vista Double
Skyway Valla Vista Double is door Weeks zelf gefokt en is de vader van de beroemde Paclamar Bootmaker.

Harborcrest Rose Milly
Harborcrest Rose Milly kreeg een excellentscore van 97 punten en is de moeder van Paclamar Astronaut.

Snowboots Wis Milky Way
Snowboots Wis Milky Way kreeg een excellentscore van 97 punten en is de moeder van Paclamar Bootmaker.

Bill Weeks en Ed Hubbell
Bill Weeks met zijn inmiddels eveneens overleden toenmalige manager Ed Hubbell tijdens de World Dairy Expo in 1990.

Reacties

Aantal: 10
waar is het boek over Bill Weeks te verkrijgen en hoeveel kost het.
zijn er ook plannen om het boek te vertalen.
ik hoor graag van u.
Aart Vedder  |  15-02-2011  |  18:37
Duidelijke uitleg Jan. Ik weet nu zeker dat ik het in november al goed begepen had. Veel succes!!! groet Anneke
anneke  |  09-02-2011  |  17:52
Ha Anne ,

Als Fokkerij liefhebber doet het me veel plezier weer eens een artiekel te lezen over fokkerij met een dikke hoofdletter F. na al die goed bedoelde on telbaren verslagen over genomics , prachtige formulles en fokwaarden schattingen , afstandelijk uitgedacht door mensen die zelf niet dagelijks met de koeien hoeven te werken .
Dit prachtige verhaal over aAa relativeerd het hele circus rond om fokkerij , en brengt het weer terug bij de basis .
Ga lekker door met deze promotie en blijf ons
prikkelen .
P.S . ik heb het boek van Phil Hasheider gekocht tijden de jaarvergadering van de aAa club , maar mijn Engels is slechter dan gedacht ! bedankt dus voor je korte samenvatting .

gr Winfried Kompier (nu iets positiever)
Winfried Kompier  |  03-02-2011  |  21:51
Super uitleg! Wordt me steeds meer duidelijk dat het systeem wel degelijk werkt!
Patrick  |  02-02-2011  |  22:30
Duidelijke uitleg dat moest veel meer gedaan worden bedankt.
JM Brouwer  |  31-01-2011  |  10:37
De spijker op z'n kop Eindelijk kijken wat de koe
nodg heeft en niet op schrijven wat je ziet
(lineair.)
Dit jaar zijn we begonnen met het systeem. En wat mij opviel is dat Jan zonder de lijsten van de koeien te kennen de beste er zo uitpikt.Dat noem ik door de koe heen kunnen kijken. Klasse!!
henk van egmond  |  30-01-2011  |  10:57
Jan awesome explanation of AAA !
Carola  |  29-01-2011  |  20:34
super uitleg zelfs in can beginnen ze het te begrijpen
jaap  |  29-01-2011  |  18:57
Het zou toch een zegen zijn voor de nederlandse melkkoe, als dit syteem niet langer wordt tegengewerkt door CRV, maar opgepakt. Kan geen merker tegenop!
Sander Oldengarm  |  28-01-2011  |  14:15
Zeer leuke interessant interview!!!

valt nog veel te leren zie ik alweer:P

Rick
rick  |  27-01-2011  |  19:47

Volgende editie:

26
mei.´12
Melkvee Magazine
nr. 5

Melkvee Magazine

is een uitgave van:

Agrio uitgeverij bv