
Sinds 18 mei nieuwe stal en melkstal in gebruik
Tot dit jaar liepen de koeien van de familie Van Vliet in de zomer dag en nacht in de wei. Het afgelopen seizoen – dat duurde tot en met de derde week van september – liepen de koeien alleen overdag in de wei. Op deze manier konden ze wennen aan de nieuwe stal. Sinds de ingebruikname van de stal worden de koeien tevens in de nieuwe 60-stands buitenmelker van SAC Senior gemolken. Hieronder een aantal foto’s. |
|
Bertus van Vliet wordt op 30 oktober 65 jaar. Toch is hij voorlopig niet van plan te stoppen of überhaupt minder te gaan werken. Samen met zijn zoons Henri (38) en Anne (27) houdt hij een veestapel van zeshonderd koeien, waarvan 560 aan de melk. „Zolang ik gezond ben, ga ik door. Er is werk zat voor drie man”, stelt hij. De zoons zitten inmiddels een jaar of zeven, acht in de maatschap. Ondanks de omvang van het bedrijf hoeft Van Vliet niet op zijn tenen te lopen. „Maar als ik ooit stop, moet er misschien wel een medewerker komen.”
Enorm bouwblokWie langs het Linthorst Homankanaal in de richting van het Drentse Drijber rijdt, hoeft niet te raden naar de locatie van het melkveebedrijf van de familie Van Vliet. Van afstand vallen de naast elkaar gelegen stallen op, met vooraan de nieuwe 12,5 meter hoge, 60 meter brede en 125 meter lange melkveestal. Het bouwblok bedraagt dan ook maar liefst 4,2 hectare. De nieuwe stal met daarin een 60-stands buitenmelker van SAC Senior is sinds 18 mei dit jaar in gebruik. Daarvoor molk Van Vliet 32 jaar lang in een 2 x 10 stands visgraat melkstal in de oude koeienstal, waar in 1979 al meer dan tweehonderd koeien liepen. De veehouder komt van oorsprong uit de Utrechtse gemeente Mijdrecht, waar zijn vader boer en melkboer was. „Op een gegeven moment is mijn vader melkboer gebleven en heb ik de koeien overgenomen. Maar we zaten erg in de bewoonde wereld en het land lag op te grote afstand van de boerderij”, verklaart Bertus zijn verhuizing in 1974 naar Drenthe. „Ik weet nog dat ik daar zes hectare verkocht voor 22.000 gulden per hectare en er hier 22 hectare terugkocht voor 13.000 gulden per hectare. Het kon wel uit, maar ik maakte ook meteen schulden.”
Groot gezin„Ik ben geleidelijk in omvang gegroeid. Ik heb het steeds getroffen dat de buren ermee stopten. In 1976 stopte de eerste en in 1978 de tweede”, weet Van Vliet nog. Al in 1979 bouwde hij een loopstal voor ruim tweehonderd koeien. „Ik ben dus nooit ergens uitgekocht”, benadrukt de veehouder. In 1990 was Van Vliet enkele maanden in Nieuw-Zeeland, waar hij ook al een koopcontract had bedongen. Een emigratie kwam echter nooit van de grond. „De reis naar Nieuw-Zeeland was op initiatief van mijn vrouw, maar zij werd ziek en is datzelfde jaar nog overleden.”Van Vliet heeft twaalf kinderen. Destijds was de jongste nog maar vier jaar oud. „Mijn huidige vrouw Coby Lodder verzorgde mijn zieke vrouw en is sindsdien gebleven. Zij heeft de kinderen grootgebracht”, vertelt de veehouder. Bertus en Coby wonen bij de boerderij, terwijl aan weerskanten van de boerderij kinderen wonen. „Eén van de kinderen heeft hier verderop in de straat een camping en twee hebben er interesse in de melkveehouderij. Maar ook de anderen zijn wel betrokken. Met elkaar hebben we bijvoorbeeld de voerhekken en de boxdekken in de nieuwe stal aangebracht.”
Voeren in de melkstalBertus van Vliet heeft in zijn leven al heel wat koeien gemolken. In de jaren ’60 molk hij de koeien van zijn vader in Utrecht met de hand, in de jaren ’70 met de machine op de grupstal in Drenthe en daarna in een grote melkstal. „In de oude melkstal molken we op een gegeven moment dertien uur per dag en wisselden we elkaar halverwege af. We begonnen dan ’s ochtends om drie uur.” Van Vliet heeft ook jarenlang zeven dagen per week alleen gemolken – ‘ik kan met weinig slaap toe’ – en kende alle koeien bij naam. Hij voerde alle koeien krachtvoer op maat in de melkstal met behulp van een Kilomatic. „Ik denk dat ik jarenlang wel 2.500 kilo brok per melkbeurt heb getrokken”, denkt Van Vliet. De veehouder is blij met de nieuwe melkstal. „Je hoeft nu veel minder handelingen te verrichten tijdens het melken, want de koeien worden automatisch herkend en eventueel gesepareerd.” Ook nu verstrekt Van Vliet, weliswaar automatisch, de koeien krachtvoer op maat in de melkstal. „Voeren in de melkstal is de plezierigste manier van melken en ook de goedkoopste manier om brok in de koe te krijgen. Als we krachtvoerautomaten in de stal zouden hebben, zou het voer over grote afstand moeten worden getransporteerd en hadden we gigantisch veel vijzels nodig.”
ZorgvuldigOndanks de krachtvoerverstrekking in de melkstal blijft een opdrijfhek nodig. „Maar de koeien worden er niet door bij elkaar geveegd.” In de zomer lopen alle koeien in één grote groep. Nu het winterseizoen is aangebroken, lopen ze in drie groepen: een nieuwmelkte, een oudmelkte en een groep vaarzen. „Het opdrijfhek is er vooral om gewoon door te kunnen melken. Je hoeft niet te wachten tot een hele groep klaar is, want de nieuwe groep staat alweer achter het opdrijfhek te wachten. We hebben een dubbele oversteek over de voergang, zodat de groepen elkaar kunnen passeren.”Van Vliet begint ’s morgens om vijf uur te melken en ’s avonds om half vijf en is dan om kwart over zeven klaar. Bertus en Anne melken doorgaans, terwijl Henri verantwoordelijk is voor de 425-koppige jongveestapel. „Mensen denken wel eens dat degene die melkt de boer is en de rest niet zo belangrijk is, maar zo is het niet. Op zo’n groot bedrijf is het bijvoorbeeld met het oog op ziekten belangrijk dat je zorgvuldig bent, zowel bij de kalfjes als bij het voeren en bij het melken. Je kunt het één niet los zien van het ander”, stelt Bertus. Hij geeft aan dat zowel hij als zijn zoons in principe alle voorkomende werkzaamheden verrichten.
WeidegangZodra de koeien de afgelopen zomer ’s ochtends de melkstal verlieten, konden ze rechtstreeks naar buiten en de wei in. „Wij hebben altijd geweid en zolang ik er ben, blijven de koeien hier in de wei”, stelt Bertus van Vliet resoluut. „Het voordeel van weidegang is dat de koeien zelf het voer ophalen en de mest wegbrengen. Bovendien is zolang de koeien in de wei lopen de veeartsrekening het laagst”, is zijn ervaring. De omvang van de veestapel vormt volgens de veehouder geen probleem. „Als je zorgt dat de afrastering in orde is, heb je er weinig werk van. Overigens verwacht ik dat weidegang voor robotboeren wel een probleem zal zijn.”Als alle koeien ’s ochtends gemolken zijn, doet Van Vliet de draad dicht en doet hij of één van zijn zoons de tochtigheidscontrole. En ’s middags nog een keer. „Henri maakt dan meestal een rondje door de wei, omdat hij in principe – we kunnen alle drie insemineren – ook insemineert. De koeien zijn altijd heel rustig in het land.” Een voordeel van het jaarrond op stal houden van de koeien, noemt Van Vliet dat je de productie iets beter in de hand hebt, maar dat weegt volgens hem niet op tegen de voordelen van weidegang.
Niet verplichtenDe gunstige omstandigheden op het bedrijf maken het weiden van de enorme koppel mogelijk. „We hebben natuurlijk een flinke huiskavel, anders kon het niet”, stelt de veehouder, die een aaneengesloten kavel van 140 hectare achter de boerderij heeft liggen. „We hebben geluk dat we op zandgrond zitten. Het vertrappen valt daardoor mee, alleen bij de dammen vertrappen ze wel eens wat.” De koeien zijn de afgelopen zomer ’s nachts binnen gebleven, zodat ze ook wat konden wennen aan de nieuwe stal, maar normaal lopen ze in de zomer dag en nacht in de wei. Alleen tijdens het melken kunnen de koeien dan een mengsel van gras- en maïskuil aan het voerhek vreten. Van Vliet levert de melk aan FrieslandCampina. Hoewel hij bewijst dat het weiden van een enorme veestapel mogelijk is, vindt Van Vliet het verplichten van weidegang te ver gaan. „Ik vind dat FrieslandCampina boeren niet mag dwingen om weidegang toe te passen. Wij doen het toevallig, maar de omstandigheden zijn er hier dan ook naar.”
Quotum kopenVan Vliet vindt het goed dat FrieslandCampina onder de naam Route 2020 een toekomststrategie heeft uitgezet, maar vindt de huidige voorstellen te ver gaan. „Als je een zieke koe hebt en je mag nog maar beperkt middelen inzetten, moet je zo’n koe dan dood laten gaan?”, verzucht hij. „Aan de andere kant zullen de andere fabrieken er ook wel mee komen.” De veehouder is de grote coöperatie tot dusver trouw gebleven, ook toen de melkprijs in 2008 zo hard steeg en het vooral voor grote bedrijven interessant leek om aan de spotmarkt te gaan leveren. „Ik ben in die tijd meer dan eens door Van Bakel benaderd, maar ben achteraf blij dat we de boot hebben afgehouden. Ik vond de overstap toen te risicovol. Als we ooit veranderen, gaan we naar DOC Kaas hier in Hoogeveen.”Vooralsnog haalt FrieslandCampina de melk op. Van Vliet heeft een melktank met een inhoud van 35.000 liter en omdat deze groter is dan de tank op de melkwagen, hoeft de veehouder geen grotere. „De RMO komt hier tweemaal in de drie dagen de melk halen”, vertelt de veehouder, die naar schatting zo’n 400.000 kilo melk in de maand aflevert. „Ik hoop volgend jaar over de 4,8 miljoen kilo melk te gaan, maar dan moeten we inderdaad weer quotum kopen.”
Gigantische investeringVan Vliet heeft het nodige vee aangekocht sinds de ingebruikname van de nieuwe stal. „We wilden niet een deel van de stal leeg laten staan tot 2015”, aldus de veehouder. Hij zegt zich niet voor te kunnen stellen dat de productie in 2015 volledig wordt vrijgegeven, maar had wel verwacht dat de quotumprijs inmiddels zou zijn gedaald. Van Vliet bezit op dit moment vier miljoen kilo melkquotum en least nog eens drie ton melk van een andere boer bij. De veehouder schroomt duidelijk niet om de komende maanden nog eens een half miljoen kilo quotum bij te kopen, net zoals hij eerder dit jaar ook al 300.000 kilo melkquotum kocht. „Of het uit kan, is een afweging die ieder voor zich moet maken. In 2015 kan ik zeggen of ik het goed heb gedaan.”„De bouw van de stal zelf was ook een gigantische investering, maar we groeiden nou eenmaal uit de oude stal.” Door de omvang van de stal had de bouw nogal wat voeten in de aarde. „We zijn drie en een half jaar bezig geweest met de vergunning. Op een gegeven moment hadden we al 55.000 euro betaald en nog geen bouwvergunning binnen. Dan is er wel eens een dag dat je het helemaal beu bent.” Van Vliet kocht in 1995 voor het jongvee een stal verderop in de straat, maar die moest worden gesloopt, anders kreeg hij geen vergunning voor de thuislocatie. Inmiddels worden de meer dan duizend stuks vee en jongvee dan ook allemaal thuis gehuisvest. Tijdens het interview bewijst Bertus van Vliet inderdaad niet op zijn tenen te hoeven lopen en ondanks de omvang van zijn bedrijf rustig de tijd te hebben. Later op de middag komen bovendien de zoons Henri en Anne opdagen. Investeren in arbeidsgemak blijkt een belangrijke reden te zijn. Van Vliet noemt een voorbeeld: „Hoewel twee buizen goedkoper zijn, hebben we in de hele stal een zelfsluitend voerhek. Dat werkt veel gemakkelijker en rustiger. Als je een koe moet hebben, hoef je alleen de hendel omhoog te zetten en ze staan vast. Alles is niet in rep en roer en dominante koeien kunnen de andere koeien ook niet bij het voerhek wegjagen. Bovendien zie ik vaak dikke nekken op bedrijven waar enkel een keerbuis is.”Verder blijkt de relatieve rust een kwestie van organisatie, want ook al het landwerk doen de mannen zo ongeveer zelf. „We maken het maïsland zaaiklaar en het enige dat we door de loonwerker laten doen is het zaaien en oogsten van de maïs. En de jongens zijn ook niet van plan meer uit te besteden, want nu zijn ze aan het uitkijken naar een nieuwe zodenbemester.” Bertus vindt het belangrijk dat zijn zoons zeggenschap krijgen. Zo is Anne inmiddels verantwoordelijk voor de administratie en Henri voor de fokkerij en de jongveeopfok.
Drang om te groeienWat de toekomst zal brengen, is nog onduidelijk. „Met deze melkstal kun je wel duizend koeien melken, al zal het vastzitten op de milieuvergunning”, stelt Bertus van Vliet. Hij vraagt zich echter af of zijn zoons net zo ambitieus zijn als hijzelf. „Ik heb nooit anders gedaan dan uitbreiden en dus altijd met een hoog vreemd vermogen gewerkt. Maar ik lig er niet wakker van, we kunnen nog altijd aan onze verplichtingen voldoen.” Op de vraag waarom zijn bedrijf zo groot is geworden, zegt de veehouder het volgende: „Het is gewoon zo gelopen. Ik heb ook geluk gehad dat ik het allemaal heb kunnen kopen. Mijn drang om te groeien zal wel een afwijking zijn. Mensen zullen me dan ook wel gek vinden, maar ik voel me er happy bij.” |
|
Reacties
Aantal: 7