 „100 procent natuurlijk. Dichterbij de natuur. Arla biedt concurrerende zuivel met respect voor mens, dier en natuur.” Marc Ligthart, directeur van de door Arla overgenomen zuivelfabriek van Friesland Foods, heeft zich in nauwelijks meer dan een jaar tijd het jargon van de nieuwe werkgever helemaal eigen gemaakt. Samen met ongeveer 450 personeelsleden maakte hij in mei 2009 de overstap. Nu, ruim een jaar later, constateert Lighthart tevreden dat het overgangsproces vlotjes is verlopen en dat de onderneming op koers ligt.
‘Er is heel veel maar tegelijkertijd ook heel weinig veranderd’
Marc Ligthart, directeur Arla Nijkerk
Overgangsjaar
„In het eerste jaar ben je heel erg druk met het loskomen van de FrieslandCampina organisatie. Inkoop, consumentenservice, laboratoriumwerk, personeel en organisatie, ICT, noem maar op.” Op zijn kantoor prijkt een grote foto van al het personeel aan de wand, gemaakt tijdens de officiële overdracht in mei 2009. Honderden mensen staan met de duim omhoog voor de camera. „Je kunt het zien aan de gezichten, niemand voelt zich ongemakkelijk. Er is heel veel, maar tegelijkertijd ook heel weinig veranderd. De organisatie zoals die hier staat, is precies hetzelfde gebleven. Dit is een oer-Hollands bedrijf dat Nederlandse melk verwerkt voor Nederlanders. Nu zijn we toe aan het uitvoeren van nieuwe plannen.” Sinds eind mei, ongeveer een jaar nadat de overname plaatsvond, benadert Arla de Nederlandse consument actief met een reclamecampagne. Nijkerk lift mee met de wereldwijde campagne: ‘Closer to Nature’. Tegelijkertijd verschijnt in de Nederlandse supermarkten een productlijn met biologische zuivelproducten van Arla, waarmee het Scandinavische merk zich in Nederland op de kaart wil zetten. Ligthart: „Ons assortiment is het meest onderscheidende bio-zuivelpakket van Nederland. We mikken niet op de beperkte groep van gepriviliseerde ‘heavy users’ maar op het veel grotere segment van de ‘light users.’ Dat is een groeimarkt, zo blijkt in Scandinavië. Dertig procent van de dagverse zuivel in Scandinavië is biologisch. In Nederland willen we de omzet in drie jaar tijd verdubbelen. Van 30 naar 60 miljoen liter biologische melk. We kopen de melk in bij de biologische coöperatie EkoHolland.”
Niet 100 procent biologisch
Ligthart haast zich te benadrukken dat Arla niet van plan is op termijn alleen maar biologische zuivel te gaan verwerken. De ‘100 procent natuurlijk’ strategie is niet per definitie biologisch. „Met 100 procent natuurlijke zuivel spelen we in op trends in de samenleving zoals een steeds grotere afstand tussen mens en natuur, toenemende massaproductie, meer aandacht voor gezonde voeding en duidelijkheid over de herkomst. Maar het mag niet ‘zwaar’ klinken. 100 procent natuurlijk moet geen niche markt worden. „Meer dan de helft van de consumenten wil zo natuurlijk en puur mogelijk voedsel, zo blijkt uit eigen onderzoek. Het Arla-beleid heeft betekenis voor alle facetten van de bedrijfsvoering, in de hele keten. Ook hier in Nijkerk. Van de melk zelf en het gebruik van zo puur mogelijke ingrediënten zonder geur- en smaakstoffen tot aan de verpakkingen, de productie en de distributie, maar ook onze interne organisatie en de bedrijfscultuur.” Om te bewijzen dat de zuivelfabriek in Nijkerk de Arla-filosofie niet alleen met de mond belijdt, toont Ligthart recente stappen: per 1 juli 2010 gebruikt het bedrijf alleen nog groene stroom, afkomstig van de duurzame energieleverancier GreenChoice, dat windenergie afneemt van de WindUnie. Door de vereniging Vrienden van het Nationale Landschap Arkemheen-Eemland te sponsoren, toont Arla haar maatschappelijke betrokkenheid. Bovendien won de onderneming recent de eerste ‘Lean and Green’ award voor duurzame logistiek. Samen met 24 andere koplopers uit de logistieke sector onderscheidt ‘Nijkerk’ zich door verregaande CO2-reductiedoelstellingen.
Friesche Vlag
Zonder een Nederlandse melkstroom van voldoende omvang en een Nederlands zuivelmerk was het van een overname door Arla nooit gekomen. De biologische melkstroom en een gerenommeerd biologisch productassortiment is bij lange na niet genoeg om een van de modernste en grootschalige dagverse zuivelfabrieken ter wereld draaiende te houden. Dagelijks passeert een miljoen liter melk de hoogtechnologische verregaand geautomatiseerde productielijnen van Nijkerk, een veelvoud van het volume biologische melk. Hoofdzakelijk voor de productie van huismerken en Friesche Vlag-producten. De garantie jaarlijks 1,2 miljard tegen marktconforme prijs bij FrieslandCampina te kunnen inkopen en het gebruik van het merk Friesche Vlag, tien jaar lang in licentie, is geen overbodige luxe. Alleen dankzij het gebruik van het zesde voedingsmerk van Nederland kan Arla voet aan de grond zetten in de achtertuin van de concurrent. De directie van Nijkerk introduceerde in het afgelopen jaar 23 nieuwe Friesche Vlag-producten. Nieuwe papsoorten, nieuwe verpakkingen, nieuwe Milk & Fruit smaakjes, Breaker Breakfast yoghurt in speciale knijpverpakking, noem maar op. Ligthart benadrukt het belang ervan. Arla laat het onderhoud van het Nederlandse zuivelmerk niet versloffen.
Boerderijmelk
Ondertussen oriënteert de directie van Nijkerk zich op de vraag of de onderneming op termijn zelf boerderijmelk gaat ophalen. Tot 2017 is de aanvoer van melk gegarandeerd en bovendien is deze melkstroom onderdeel van de duurzaamheidsafspraken die de Nederlandse zuivelindustrie met de overheid heeft gemaakt in het kader van het convenant ‘Schoon en Zuinig’. Maar het is haast ondenkbaar dat Arla na 2017 boerderijmelk uit Scandinavië gaat verwerken in Nijkerk. Lighthart: „Dat past niet bij onze strategie zo dicht mogelijk bij de natuur te willen staan. De melk moet uit Nederland komen. Maar het logistieke systeem dat erbij hoort, is niet eenvoudig. We hebben geoefend met boerderijmelk van DOC Kaas en ik heb ervaring met het Quarant kwaliteitsborgingsysteem van Friesland Foods. We hebben nog geen concrete plannen. Op termijn willen we graag zelf melk van Nederlandse boeren ophalen.” |
|
 Arla bracht 23 nieuwe Friesche Vlag produkten op de markt.
 Speciale kazen - Naast de dagverse zuiveldranken die Arla in Nederland op de markt brengt, verkoopt de onderneming vanuit Nijkerk ook buitenlandse kaassoorten met namen als Apetina en Castello, veelal gebaseerd op Zuid-Europese recepten. Deze kazen worden in Scandinavië geproduceerd. Nijkerk beschikt niet over productielijnen voor deze kaassoorten. Ook vóór de overname was Arla al met deze producten actief op de Nederlandse markt.
Vermogenspositie Arla minder ruim
Het Scandinavische Arla Foods is samen met FrieslandCampina een van de grootste coöperatieve zuivelondernemingen ter wereld. Alleen het Nieuw-Zeelandse Fonterra is een nóg grotere coöperatie. Arla heeft ruim 16.000 personeelsleden wereldwijd, FrieslandCampina telt wereldwijd 20.000 arbeidsplaatsen. FrieslandCampina verwerkt jaarlijks circa 11 miljard liter melk, waarvan ruim 8,5 miljard ledenmelk afkomstig is van 21.000 bedrijven. Arla voert jaarlijks 8,6 miljard liter melk aan. Ruim 6 miljard liter is afkomstig van in totaal 3.800 leden in Denemarken en eveneens 3.800 Zweedse leden. In Denemarken bedraagt de gemiddelde bedrijfsgrootte 140 koeien. Anders dan FrieslandCampina speelt Arla in Groot-Brittannië een rol van betekenis in de melkveehouderij. 1,9 miljard liter boerderijmelk zorgt voor een marktaandeel van circa 25 procent op de Britse zuivelmarkt. Melkveehouders kunnen in Groot-Brittannië echter geen lid worden. Met de nadrukkelijke aanwezigheid op de Britse markt onderscheidt Arla zich van FrieslandCampina. In Londen wordt gewerkt aan de grootste en modernste zuivelfabriek ter wereld. Een ongunstige wisselkoers zette de revenuen uit de Britse marktpositie de laatste jaren echter onder druk. Het belangrijkste verschil in financiële zin tussen beide megacoöperaties is de vermogenspositie. Het percentage eigen vermogen op het totaal is bij FrieslandCampina 36,7 procent (2009). Arla noteerde over datzelfde jaar een solvabiliteitspercentage van 28 procent. Al jaren schurkt het percentage eigen vermogen van de Scandinavische zuivelreus tegen de dertig procent aan. Dit percentage is naar het oordeel van de hoofddirectie blijkbaar onvoldoende, want de onderneming doet een beroep op de leden om de komende jaren gemiddeld dubbel zoveel melkgeld aan de reserves toe te voegen dan ze gewend waren. Gerekend over een periode van zes jaar verlangt Arla van het gemiddelde Scandinavisch melkveebedrijf omgerekend 100.000 euro om het eigen vermogen van de coöperatie te versterken. Dat is noodzakelijk, aldus de directie, omdat de toekomst van de onderneming op de langetermijn anders niet is gegarandeerd. Dit beroep op de leden volgt op een forse nabetaling van ruim 2 eurocent per liter die eerder dit jaar werd uitgekeerd. Het laatste jaar betaalt Arla een bovengemiddelde marktprijs uit, zo blijkt uit de Europese melkprijsvergelijking van LTO. Gemiddeld over tien jaar betaalde Arla een nagenoeg vergelijkbare melkprijs uit met de gefuseerde ondernemingen Friesland Foods en Campina. Niet verwonderlijk, want de strategie en de structuur van beide megacoöperaties komen grotendeels overeen. Ze zijn actief in dezelfde markten, zowel binnen als buiten Europa, en beide voeren ze een beleid waarbij toegevoegde waarde hoog in het vaandel staat. Beide hebben ze ook te maken met de kritische blik van de Europese en nationale Mededingingsautoriteit. In 2005 vonden er fusiebesprekingen met Campina plaats die weer werden afgeblazen, omdat de Scandinavische fusiepartner bij zijn achterban te weinig draagvlak vermoedde. Deskundigen sluiten niet uit dat er dit decennium opnieuw fusiebesprekingen zullen plaatsvinden.
|
Reacties
Aantal: 0